Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Meer informatie Ja Nee

INHOUD

  1. Wie verdient er een braillepluim?
  2. Onderzoek leesbehoeften millennials
  3. Effecten van stopzetten subsidie voor omzetten lesmateriaal voor kinderen met dyslexie
  4. Presentatie nieuwe tactielboekenserie “Voeljeleesboekje” in de Kinderboekenweek

‚Äč

1. Wie verdient er een braillepluim?

 

Vereniging Onbeperkt Lezen gaat vanaf volgend jaar een organisatie of persoon jaarlijks een braillepluim uitdelen. Dit om een organisatie, persoon of project te complimenteren met zijn/haar/hun inzet voor het brailleschrift.

 Wie komt in aanmerking voor een “braillepluim” ?

Wij denken hierbij aan organisaties die het belangrijk vinden dat al hun klanten hun boodschap kunnen lezen en zorgen dat er naast de gedrukte informatie ook een tekst in braille te verkrijgen is. Het kan ook om een persoon gaan die zich bijzonder inzet voor het belang van de braillelezer. Of mensen die zich bijzonder inspannen om het belang van braille onder de aandacht te brengen van een groot publiek.

 Wat is een braillepluim?

Het idee om jaarlijks een braillepluim  te gaan schenken is ontstaan in de verenigingswerkgroep Braille Educatie en Promotie. Het compliment is vormgegeven en ontworpen door verenigingslid en kunstenares Marianne Poppenk. Degene die de braillepluim ontvangt mag deze gedurende een jaar in huis houden, totdat  de braillepluim weer wordt uitgereikt.

Het belang van braille voor mensen met een visuele beperking

Met de braillepluim wordt de aandacht gevestigd op het belang van het brailleschrift voor mensen met een visuele beperking. Het belang van braille is anno 2018 nog steeds onveranderd. Zo zegt een van onze leden: “Zonder braille zou ik mij analfabeet voelen.”

Uitreiking op Wereldbrailledag 4 januari

In de periode 15 oktober tot 15 november kunnen personen of organisaties worden voorgedragen, waarna een jury zich over de inzendingen buigt. Op Wereldbrailledag 4 januari 2019 wordt de braillepluim voor het eerst uitgereikt.

 

2. Onderzoek leesbehoeften onder Millennials

 

Communicatiebureau BBK Door Vriendschap Sterker heeft op ons verzoek onderzoek gedaan onder de groep jonge blinde en slechtziende “millennials”. Hoewel er geen eenduidige definitie van millennials is, wordt deze groep meestal gehanteerd als geboren tussen 1980 en 2000. Deze groep blinde en zeer slechtziende jongeren is niet heel groot, maar het is wel de schakel tussen de twee generaties; jeugd en ouderen.

 

Onafhankelijk, druk en energiek

Uit de verkennende interviews werd duidelijk dat millennials onafhankelijk, druk en energiek zijn. Deze geïnterviewden, tussen de 18 en 30 jaar, studeert of werkt, heeft een druk sociaal leven en is veel onderweg. Aan lezen komt deze groep bijna niet toe. Al vindt de meerderheid het wel belangrijk.

 

Blind zijn is geen beperking

Uit het onderzoek blijkt dat millennials hun visuele beperking zelf niet als beperking ervaren. Het klopt dat sommige handelingen meer tijd kosten, maar dat is een gegeven. Een citaat; “De vertrektijden lezen bij de trein vind ik lastig. Dat kost mij meer tijd dan een ander.”

De geïnterviewde millennials kunnen goed meekomen in de maatschappij, volg(d)en allemaal regulier onderwijs en hebben veelal ziende vrienden. Daaromheen hebben ze ook een netwerk van blinde en slechtziende leeftijdsgenoten met wie ze tips uitwisselen.

 

Leespatroon verschilt niet van goedziende leeftijdsgenoten

Millennials lezen voornamelijk digitaal. Zowel voor studie als voor vrije tijd. Digitaal is snel, makkelijk en van deze tijd: “Digitaal lezen vind ik het handigst. Dat scheelt meezeulen van papieren boeken”. Deze groep is opgegroeid met internet en computers. Voor hen is digitaal lezen vanzelfsprekend. Hun leespatroon verschilt niet van hun goedziende leeftijdsgenoten. Ze lezen veelal onderweg. Op hun mobiel, tablet of laptop. Ze scannen het nieuws, sociale media en artikelen. Luisteren podcasts, luisterboeken en kijken Netflix met audiodescriptie.

 

Weinig braille op papier en weinig literatuur

Literatuur leest deze groep weinig. Gewoonweg omdat millennials geen tijd hebben. Of maken. Bijna iedereen geeft aan wel weer eens een boek te willen lezen. Sommigen geven specifiek aan weer een brailleboek te willen lezen, om het woordbeeld te behouden. Een enkeling dwingt zichzelf om die reden af en toe een brailleboek te lezen: “In de vakantie ben ik weer met een brailleboek begonnen. Omdat ik het lezen van braille van mezelf moet bijhouden.”

 

Genoeg boeken

Alle geïnterviewden geven aan dat er genoeg boeken beschikbaar zijn. Dat geldt zowel voor brailleboeken als voor luisterboeken: “Er is wat mij betreft genoeg. Er liggen nog een paar duizend boeken op me te wachten, dus ik ben er nog wel even zoet mee”. Een ander merkte op; “Ik heb nog nooit gehad dat ik iets wilde lezen wat er niet was”.

Er zijn er ook die aangeven juist veel podcasts te luisteren: “Vaak om snel informatie op te doen” en “Podcasts vind ik veel spannender dan een luisterboek”.

 

Overal is een oplossing voor

Millennials zijn zelfredzaam, doorzetters en creatief. Ze vinden overal een oplossing voor. Ook op het gebied van lezen. “Ik gebruik Appleproducten. Die hebben een voice-overfunctie. Een programma dat geschreven tekst voorleest. Een brief kan ik lezen door er een foto van te maken. Een app leest het vervolgens voor”. Een ander zegt: “Kookrecepten laat ik voorlezen door m’n telefoon. Zo hoef ik de achterkant van een pak rijst niet met m’n loep te lezen.”  Ook vertelde een van de millennials dat ze niet gaat wachten tot een digitaal boek beschikbaar is gemaakt voor haar maar dat ze zelf de uitgever benaderde en het digitale bestand direct heeft verkregen.

 

Behoefte aan één digitale plek

Uit voorgaande blijkt dat deze groep graag leest, maar er tegelijkertijd weinig tijd voor heeft. Het boekenaanbod is groot genoeg. Deze groep geeft aan wel behoefte te hebben aan één digitale plek waar praktische informatie, inspirerende verhalen en handige apps samenkomen. “Mij lijkt het leuk te lezen hoe anderen iets voor elkaar krijgen. Bijvoorbeeld, hoe krijg je op school meer tijd voor een toets?”. En: “Ik zou willen weten hoe je iets op een toegankelijke manier kunt lezen. Er is denk ik meer mogelijk dan ik weet. Daar ben ik nieuwsgierig naar”.

 

Zoeken naar verbinding

Uit het onderzoek blijkt dat millennials vaak geen lid zijn van verenigingen, maar als we luisteren naar hun  behoeften, merken we dat ze wel op zoek zijn naar verbinding met anderen uit de doelgroep. Daarom gaan we kijken hoe we hen daarin kunnen ondersteunen, een platform kunnen bieden, waarbij we de nadruk zullen leggen om het onbeperkt lezen bij deze doelgroep te bevorderen.

 

3. Effecten van stopzetten subsidie voor omzetten lesmateriaal voor kinderen met dyslexie

 

Op verschillende manieren hebben wij in het afgelopen jaar tevergeefs onze zorgen geuit bij de minister en het ministerie van OCW over het niet langer bekostigen van het omzetten van leermiddelen in een passende vorm voor kinderen met dyslexie.

 

Een taak voor de markt

Het ministerie stelt zich nog steeds op het standpunt dat de markt van dyslexie voldoende van omvang is en dat het daarom niet nodig is voor omzettingen nog langer overheidsgeld in te zetten. De minister is er namelijk door marktpartijen op aangesproken dat zij het niet fijn vinden dat Dedicon overheidsgeld ontving voor producten die zij ook kunnen leveren. Hier was het ministerie gevoelig voor, terwijl er helemaal geen zekerheid was dat deze marktpartijen ook daadwerkelijk zonder overheidssubsidie voor de omzettingen zouden zorgen. Wij hebben het ministerie gevraagd op zijn minst onderzoek te doen alvorens conclusies te trekken. Dat is niet gebeurd.

 

Wachten tot het probleem langzaam duidelijk wordt

We merken dat het ministerie de keuze heeft gemaakt hier geen werk van te maken, maar het op zijn beloop te laten. Dat er nog geen collectieve verontwaardiging is komt omdat het probleem heel langzaam duidelijk gaat worden. Bestaande leermiddelen kunnen immers gewoon nog bij Dedicon worden opgevraagd. Pas als het gaat om een nieuwe leermethode gaan leerlingen, ouders en scholen ondervinden dat er geen passende oplossing meer is. Slechts druppelsgewijs komen er klachten bij de Vereniging binnen: Een ouder schreef ons: “Onze zoon heeft een boek met leeropdrachten nodig, maar deze blijkt niet meer verkrijgbaar in Kurzweil vorm. Onze zoon is belast met dyslexie en heeft hiervoor ook een verklaring en zou erg geholpen zijn met dit boek. Het blijkt dat hier geen subsidie meer voor gegeven wordt maar wat moet hij nu? Ik maak mij erge zorgen over deze groep kinderen die zo niet mee kunnen op school….”

 

Geen vuist

Omdat het probleem kennelijk maar tot enkelen is doorgedrongen lukte het ons maar niet om een vuist te maken over dit onderwerp.  Ook in ons laatste contact van 31 juli jl. met het ministerie is ons op ambtelijk niveau nog eens zwart op wit medegedeeld dat het standpunt niet is veranderd. Op het ministerie zijn ze van mening dat het hier geen publieke taak is en dat het aan de markt en de scholen wordt overgelaten om dit probleem op te lossen. Ambtelijk is gezegd dat er vanuit het Ministerie richting scholen gecommuniceerd zal gaan worden “dat bij de aanschaf van schoolmethoden, dan wel de aanbesteding van boekenpakketten, tevens naar digitale beschikbaarheid voor leerlingen met dyslexie moet worden gevraagd. Voor zover wij weten is dit bericht nog niet bij de scholen terecht gekomen.

 

Kamerleden delen onze zorg

Vanuit de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties onlangs vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media over de door ons geschetste problematiek. De fracties willen van de minister weten of hij van mening is dat (wanneer de markt hier niet goed werkt) hij het een verantwoordelijkheid van de overheid vindt om ervoor te zorgen dat voldoende kwalitatief hoogstaand lesmateriaal beschikbaar is voor deze groep leerlingen met een leesbeperking. Zij vragen de minister wat hij gaat doen als het voor commerciële partijen niet aantrekkelijk genoeg is om in deze vraag te gaan voorzien.

Vereniging Onbeperkt Lezen ziet met grote belangstelling uit naar de reactie van de minister.

 

 

4. Presentatie nieuwe tactielboekenserie “Voeljeleesboekje” in de Kinderboekenweek

 

Bij aanvang van de Kinderboekenweek is op de school van Visio te Rotterdam een nieuwe serie leesboeken met tactiele plaatjes gepresenteerd. De reeks is bedoeld voor jonge braillelezers met een ontwikkelingsleeftijd van 5 t/m 9 jaar. De verhalen en de goed herkenbare plaatjes en bijbehorende 3-D figuurtjes maken de boeken heel speels, herkenbaar en ook leuk om te lezen. Doel van deze door vier leerkrachten zelf bedachte verhalen is het stimuleren van beginnende braille-geletterdheid bij jonge kinderen en om de overstap van een voelbaar prentenboek naar eerste braille-woordjes gemakkelijker en speelser te maken. De boekenserie is gemaakt omdat er nergens iets dergelijks was te verkrijgen. De boeken zijn niet alleen op school beschikbaar, maar er zijn ook exemplaren gemaakt voor de collectie van Bibliotheekservice Passend Lezen, zodat ouders ze kunnen aanvragen om thuis met hun kind kunnen (voor)lezen en er samen plezier aan beleven.

Bij de feestelijke presentatie in Rotterdam waren alle leerlingen aanwezig. Toen de leesbel ging, pakte ieder zijn eigen boek om uit lezen. De oudere leerlingen lazen het Kinderboekenweekgeschenk De Eilandenruzie van Josua Douglas in gesproken en braillevorm beschikbaar gesteld door Passend Lezen. Vereniging Onbeperkt Lezen en Fonds XL hebben exemplaren van het boek in grote letters beschikbaar gesteld, zodat iedereen het op zijn eigen manier, maar wel klassikaal, kon lezen.